Nelson Lakes National Park, Zuidereiland, Nieuw-Zeeland

Omdat we na het noorden wel even genoeg kust hadden gezien zijn we onze weg naar Nelson Lakes National Park vervolgd. Het park is bereikbaar via het kleine plaatsje St Arnaud en heeft twee gletsjermeren, Lake Rotoiti en Lake Rotoroa. Het park heeft twee campings rondom Lake Rotoiti en een kleine camping bij Lake Rotoroa en vele wandelroutes rondom de meren en door de bossen.  Door de naam van het National Park zal je denken dat het vlakbij de plaats Nelson ligt maar dit is niet het geval, het ligt namelijk 100 km van de plaats Nelson.

Lake Rotoiti en Lake Rotoroa

De twee meren zijn het middelpunt van Nelson Lakes National Park en worden gevuld door smeltwater van de omliggende bergen welke door verschillende rivieren wordt aangevoerd.  Lake Rotoroa is het grootste meer en is 145 meter diep het kleinere meer Lake Rotoiti heeft een diepte van 82 meter. Vooral Lake Rotoiti wordt gebruikt voor watersporten als vissen, waterskiën en kanoën. In Lake Rotoiti leven long-finned eels van meer dan 2 meter lang en ’s avonds kun je ze zien wanneer je op de steiger staat. door vanaf de steiger in het water te spartelen met je hand kun je zelfs de eels lokken die aan het jagen zijn.

Panorama Lake Rotoiti

Lake Rotoiti

Tramping, Nelson Lakes

Wandelen, in Nieuw-Zeeland tramping genoemd, is erg geliefd in Nelson Lakes National Park door de vele tramping routes variërend van een uur tot een paar dagen met hutten om te overnachten. De routes lopen langs de meren door beukenbossen en het is het gebied van de Kea en de Kiwi twee Nieuw-Zeelandse vogelsoorten.  Wij hebben in het National Park twee dagen gewandeld en zijn met een kleine wandeling bij de camping begonnen. De route ging, zoals de meeste routes, langs Lake Rotoiti en door het bos die overigens aardig modderig was en we moesten stukjes langs de wand klimmen om niet weg te zakken in de modder. Dit maakte de wandeling iets spannender want je komt onderweg niet echt iets spannends tegen en de omgeving van het bos wordt al snel wat eentonig. De tweede dag zijn we via de Peninsula Nature Walk naar de andere camping gelopen en hier zijn we de Buller River gevolgd om via St Arnaud terug te komen bij de camping.

Wij hebben ons prima vermaakt met wandelen in het national park. Ook al bieden de wandelroutes niet erg veel variatie toch is het lekker om in de natuur te zijn en te bewegen. Nelson Lakes National Park is niet een plek waar erg veel toeristen komen waardoor het er rustig was en we tijdens onze wandelingen amper mensen tegen zijn gekomen. Het was jammer dat we onze laatste dagen met echt mooi weer gehad hadden en het was hier dan ook aan de koude en vooral natte kant al was het tijdens het lopen gelukkig droog. Maar dit mag de pret niet drukken en dat beetje modder onderweg stelt je toch voor een uitdaging. Wij raden iedereen zeker aan om een bezoek aan Nelson Lakes National Park te brengen omdat het een andere natuur is dan je langs de kust ziet en er zoveel rust is in de natuur. Daarnaast is dit nog een van de weinige plaatsen plaats waar je in het wild de mogelijkheid hebt een kiwi kunt spotten.